
Vóór gebruik
Basishandleiding
Handleiding voor
gevorderden
Basishandelingen
van de camera
GPS-functies
gebruiken
Auto-modus
Andere
opnamemodi
P-modus
Afspeelmodus
Menu Instellingen
Accessoires
Bijlage
Index
69
Vóór gebruik
Basishandleiding
Handleiding voor
gevorderden
Basishandelingen
van de camera
GPS-functies
gebruiken
Auto-modus
Andere
opnamemodi
P-modus
Afspeelmodus
Menu Instellingen
Accessoires
Bijlage
Index
Foto’s Films
Opnamen maken met programma
automatische belichting ([P]-modus)
U kunt tal van functie-instellingen aanpassen aan uw favoriete opnamestijl.
1 Open de modus [G].
Voer stap 1 in “Specieke scènes”
(=
53) uit en kies [G].
2 Pas de instellingen naar wens
aan (=
69 – 80) en maak
een opname.
• Als er geen correcte belichting kan worden verkregen wanneer u de
ontspanknop half indrukt, worden de sluitertijd en de diafragmawaarden in
oranje weergegeven. Probeer in dit geval de ISO-waarde aan te passen
(=
71) of de itser te activeren (bij donkere onderwerpen, =
79) om zo
de juiste belichting te verkrijgen.
• U kunt ook lms opnemen in de modus [G] door op de lmknop te drukken.
Sommige instellingen voor FUNC. (=
27) en MENU (=
28) worden
mogelijk automatisch aangepast voor het opnemen van lms.
• Zie “Opnamebereik” (=
150) voor meer informatie over het opnamebereik in
de modus [G].
Helderheid van het beeld (Belichting)
Foto’s
De helderheid van het beeld aanpassen
(Belichtingscompensatie)
U kunt de standaardbelichting die door de camera wordt ingesteld,
aanpassen in stappen van 1/3 in een bereik van –2 tot +2.
Druk op de knop <m> en kies [#] in het
menu. Kijk naar het scherm en druk op
de knoppen <o><p> om de helderheid
aan te passen (=
27).
Het correctieniveau dat u hebt opgegeven
wordt nu weergegeven.
Komentáře k této Příručce