
84
Opnamen maken – geavanceerde functies
1
Selecteer *
(Deelmeting) in het
menu FUNC.
z
Zie Menu's en instellingen
selecteren (pagina 66).
* De huidige instelling wordt weergegeven.
2
Selecteer met de
knop Links of
Rechts een methode
voor lichtmeting
en druk op de
knop FUNC.
Ga naar stap 3 als u (Spotmetingpunt) hebt
geselecteerd.
Maak de opname als u (Deellichtmeting) of
(Centrumgeörienteerde gemiddelde) hebt
geselecteerd.
3
Selecteer
[Spotmetingpunt]
in het menu
[ (Opname)].
z
Zie Menu's en instellingen
selecteren (pagina 66).
4
Selecteer [Centrum]
of [AF-frame] met de
knop Links of
Rechts en druk op
de knop MENU.
z
Als [Spotmetingpunt] is
ingesteld op [Centrum],
verschijnt het
spotmetingframe
in het midden van het
LCD-scherm.
z
Als [Spotmetingpunt] is ingesteld op [AF-punt],
verschijnt dit binnen het geselecteerde AF-frame.
bijvoorbeeld
Centrum
Spotmetingpunt
z Het [AF-punt] kan alleen worden
geselecteerd als het AF-frame is
ingesteld op [FlexiZone].
Komentáře k této Příručce