
99
Diverse functies
z
Als het afdruktype
(p. 100) is ingesteld op
[Index], selecteert u een
beeld met of en
markeert u beelden of
verwijdert u markeringen
met
of
.
Op het gemarkeerde
beeld verschijnt een
vinkje.
z
U kunt op de zoomhendel drukken en dezelfde
procedures gebruiken om beelden in
indexweergave te selecteren (drie beelden).
Alle beelden op een CF-kaart
z
Druk op de zoomhendel
om over te schakelen naar
indexweergave (drie
beelden).
z
Als u elk beeld één keer wilt
afdrukken, drukt u op de knop
SET
, vervolgens op de knop
of
om [Markeer alles]
te selecteren en daarna
nogmaals op de knop
SET
.
z Wanneer het afdruktype is ingesteld op
[Standaard] of [Beide], kunt u voor elk beeld
een verschillend aantal exemplaren instellen.
Wanneer [Index] is geselecteerd, kunnen de
afdrukinstellingen worden verwijderd. Lees
stap 3 nogmaals voor instructies over het
wijzigen van de instellingen.
z U kunt alle instellingen annuleren door
[Wis alles] te selecteren.
4 Druk op de knop MENU.
z De instelling is voltooid en het menu
Printopties verschijnt weer.
z Beelden worden in de volgorde van
opnamedatum afgedrukt, waarbij het
oudste beeld als eerste en het nieuwste
beeld als laatste wordt afgedrukt.
z U kunt maximaal 998 beelden instellen.
z
Wanneer het afdruktype is ingesteld op
[Beide], kunt u het gewenste aantal
exemplaren instellen. Als het afdruktype
ingesteld op [Index], kan het aantal
exemplaren niet worden ingesteld en wordt
van elk beeld één exemplaar afgedrukt.
149_CEL_CUG.book Page 99 Wednesday, April 14, 2004 9:41 AM
Komentáře k této Příručce