
Aanvullende informatie • 77
NL
Problem en?
Loop eerst door de lijst hieronder wanneer u problemen ondervindt bij het gebruik
van uw camcorder. Neem contact op met uw dealer of een Canon Service Center als
het probleem aanhoudt.
Stroombron
• De camcorder gaat niet aan of schakelt
zichzelf uit.
• De afdekking van het
schijfcompartiment gaat niet open.
• De LCD/zoeker gaat aan en uit.
- De accu is vrijwel leeg. Vervang de accu
of laad deze op ( 17).
- Plaats de accu op de juiste wijze in de
camcorder.
- Gebruik de compacte netadapter.
De oplaadindicator (CHARGE) knippert
snel.
- (knippert éénmaal per
0,5 seconde)
Het opladen is stopgezet omdat de
compacte netadapter of accu defect is.
Neem contact op met een Canon
Service Center.
- (knippert snel tweemaal
per seconde)
De accu is ten minste voor 50%
opgeladen ( 18). Dit is normaal en
duidt niet op een storing.
• De accu laadt niet op.
• De oplaadindicator knippert erg
langzaam (eenmaal per 2 seconden).
- Het verdient aanbeveling om de accu
op te laden bij temperaturen tussen 0
en 40 graden Celsius.
- Accu’s kunnen tijdens gebruik heet
worden en kunnen dan mogelijk niet
worden opgeladen. De CHARGE-
indicator gaat onregelmatig knipperen
als de temperatuur van de accu hoger
of lager is dan het voorgeschreven
temperatuurbereik. Het opladen wordt
gestart zodra de accutemperatuur lager
wordt dan 40 °C.
- De accu is beschadigd. Gebruik een
andere accu.
- Als u een defecte netadapter of defecte
accu aansluit, gaat de CHARGE-indicator
circa tweemaal per seconde knipperen en
wordt het opladen stopgezet.
- Controleer of de compacte netadapter
op de juiste wijze is aangesloten op de
camcorder.
De camcorder is ingeschakeld maar
reageert niet.
- De camcorder heeft de toegestane
werktemperatuur overschreden (
wordt weergegeven). Zet de camcorder
uit en laat deze afkoelen voordat u het
gebruik hervat.
Opnemen/afspelen
De toetsen werken niet.
- Schakel de camcorder in.
- Plaats een schijf ( 25).
Op het scherm verschijnen abnormale
karakters. De camcorder werkt niet naar
behoren.
- Ontkoppel de stroombron en sluit deze
na enige tijd weer aan. Als het probleem
aanhoudt, verwijder dan de stroombron
en druk met een puntig voorwerp op de
RESET-knop. Door op de RESET-knop
te drukken, worden alle instellingen
teruggesteld naar de oorspronkelijke
waarde.
Op het scherm verschijnt .
- Plaats een schijf ( 25).
Op het scherm verschijnt .
- De accu is vrijwel leeg. Vervang de accu
of laad deze op ( 18).
De draadloze afstandsbediening werkt
niet.
- Zet [WL.REMOTE/DL.AFSTAND] op
[ON/AAN] ( 75).
- De batterij van de draadloze
afstandsbediening is leeg. Vervang de
batterij ( 18).
Problemen oplossen
Komentáře k této Příručce